U bent hier:

Theoretisch kader

Dit project focust op de praktijkvakken als de ideale plek om de geletterdheidsvaardigheden van de leerlingen te stimuleren. Bij de conceptie van dit project baseerden we ons dan ook op theoretische frameworks die de klemtoon leggen op het inbedden van vaardigheden in functionele contexten, op het verhogen van transfermogelijkheden en op de integratie van vakdoelen en taaldoelen.

Een eerste belangrijke inspiratiebron vormt de ‘Teaching for transfer’-didactiek van de Project Zero Group (Harvard Graduate  School of Education), in het bijzonder Making Learning Whole (2010) van David Perkins.

Evenzeer inspirerend zijn de Nederlandse inzichten rond taalgericht vakonderwijs, taalontwikkelend lesgeven en taalbewust beroepsonderwijs. We noemen hier zeker: het Handboek Taalgericht Vakonderwijs (2009) van Maaike Hajer en Theun Meestringa dat het belang van context, interactie en taalsteun beklemtoont; Taalontwikkeling op school (2001) van Marianne Verhallen en Theun Meestringa waaruit de drie taalgroeimiddelen (taalaanbod, taalruimte en feedback) inspirerend werkten en ten slotte Taalbewust beroepsonderwijs (2014) van Tiba Bolle en Inge Van Meelis  dat 5 belangrijke vuistregels voor een geïntegreerde taaldidactiek in het beroepsonderwijs formuleert. Wat de samenwerking tussen PAV en praktijkvakken betreft, noemen we zeker ook Drieslag Taal (2009) van Tiba Bolle.